📄 Bestanden en mappen beheren
Aanmaken, kopiëren, verplaatsen, verwijderen — en de kracht van pipes en redirects.
Aanmaken: mkdir en touch
mkdir
— make directory
Maak een nieuwe map aan.
touch
— leeg bestand aanmaken
Maakt een leeg bestand aan (of update de tijdstempel).
Kopiëren en verplaatsen: cp en mv
cp
— copy
mv
— move (ook hernoemen)
cp laat het origineel staan. mv verwijdert het origineel (het verplaatst het). mv is ook de manier om bestanden te hernoemen in Linux — er is geen apart rename-commando.
Verwijderen: rm ⚠️
In Linux gaat een verwijderd bestand niet naar de prullenbak. Het is direct en permanent weg. Denk twee keer na voor je rm gebruikt.
Als je twijfelt: verplaats naar /tmp in plaats van verwijderen. /tmp wordt bij de volgende herstart leeggemaakt.
Bestanden lezen: cat, head, tail
cat
Toont hele bestandsinhoud.
Handig voor kleine bestanden. Voor grote bestanden beter less gebruiken.
head
Toont de eerste regels.
tail
Toont de laatste regels.
Redirects (> >>) en pipes (|)
Dit zijn de supersterke combinaties van de terminal — je kunt commando's met elkaar laten samenwerken.
>
— output naar bestand (overschrijven)
>>
— output toevoegen (appenden)
|
— pipe: geef output door aan volgend commando
Elk commando doet één ding goed. Via pipes combineer je ze tot krachtige workflows. cat logbestand | grep ERROR | tail -20 — de laatste 20 foutregels in een log. Dit is Unix-filosofie in de praktijk.
Samenvatting & kennischeck
mkdir -p maakt mappen inclusief tussenliggendetouch maakt een leeg bestand aanmv is ook hernoemen — er is geen rename-commandorm -rf is permanent — geen prullenbaktail -f laat je live in een logbestand meekijken| koppelt commando's, >> voegt toe aan bestand